Veelgestelde vragen

1. Welke selectiecriteria worden gebruikt bij de aanwijzing van provinciale monumenten?

De selectie vindt plaats op grond van de criteria cultuurhistorische waarde, architectuurhistorische waarde, stedenbouwkundige/ensemble waarde, gaafheid en zeldzaamheid.

2. Wat is het belang van de Redengevende Omschrijving?

De ‘redengevende omschrijving’ is van belang omdat deze geldt als basis voor de wettelijke bescherming. Hierin worden de beschermde onderdelen van uw monument genoemd. Dit is ook van belang bij de advisering door een Monumentencommissie ten aanzien van bouwplannen.

3. Kan een gebouw tegelijkertijd op verschillende monumentenlijsten staan?

Nee, dat kan niet. Provincie en gemeenten hebben afgesproken dat op het moment dat wanneer een gemeentelijk monument op de provinciale monumentenlijst geplaatst wordt, deze wordt afgevoerd van de gemeentelijke lijst. Uw pand kan dus niet op meer dan één monumentenlijst voorkomen. De provincie Drenthe vindt de panden of objecten op de provinciale monumentenlijst van ‘provinciaal of bovenlokaal’ belang. Dit wordt onder “waardering” in de redengevende omschrijving nader toegelicht. Beschermde gemeentelijke monumenten zijn van ‘lokaal’ belang. Overigens zijn er verschillen tussen de financieringsregelingen voor onderhoud en restauratie van gemeentelijke- en provinciale monumenten.

4. Waar moet ik aan voldoen bij (ver)bouw van mijn monument? Gelden er ook beperkingen?

Voor wijzigingen aan delen van uw pand die in de ‘redengevende omschrijving’ staan genoemd, is vaak een omgevingsvergunning nodig.
De bescherming van het monument is geregeld via de provinciale Monumentenverordening en betreft niet het hele pand, maar alleen de onderdelen die staan omschreven in de ‘redengevende omschrijving’. De gemeente toetst de aanvraag tevens aan het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning kunt u aanvragen via uw gemeente.

Ook voor specifieke vragen als bijvoorbeeld het aanbrengen van zonnepanelen of reclame-uitingen kunt u contact opnemen met uw gemeente. Zij kunnen eventueel een afspraak voor u maken bij het ‘Spreekuur Cultureel Erfgoed’. Dit spreekuur is een vooroverleg waar u uw plannen in een vroeg stadium met deskundigen kunt doornemen. Vroegtijdig overleg, bijvoorbeeld via het Spreekuur Cultureel Erfgoed, levert vaak verrassende ideeën op en kan de formele procedure aanzienlijk verkorten.

5. Ben ik als eigenaar van een provinciaal monument ook verplicht om mijn pand te onderhouden?

Een eigenaar van het beschermd monument is, net als elke andere eigenaar van een gebouw, verplicht zijn eigendom “als een goed huisvader” te beheren. Onder dit beheer valt ook normaal onderhoud, zoals het bijhouden van schilderwerk en het uitvoeren van kleine reparaties. Ook een leegstaand gebouw moet onderhouden worden.
Voor instandhouding van en energiebesparende maatregelen aan provinciale monumenten bestaat de mogelijkheid van een laagrentende (hypothecaire) lening uit het Drents Monumentenfonds.

6. Kunnen door mijzelf uitgevoerde werkzaamheden ook gefinancierd worden?

Voor werkzaamheden die in eigen beheer zijn uitgevoerd kunnen alleen de materiaalkosten gefinancierd worden.
Het verdient overigens de voorkeur om restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan uw pand door een erkende restauratieaannemer te laten uitvoeren. Namen en adressen van restauratiebedrijven kunt u vinden op de websites van de diverse Drentse aannemers. Ook kunt u een aannemer vragen naar door hem uitgevoerde restauratieprojecten. Door hier zelf eens te gaan kijken en eventueel de bewoner naar zijn/haar ervaringen te vragen, kunt u zich een beter beeld vormen van het werk van de betreffende aannemer. Ook zijn er bedrijven (leerbedrijf) die vaklieden opleiden in het restauratieambacht.

7. Moet ik de provinciale monumentenstatus van mijn pand ook melden bij de verzekering?

Dit is meestal niet noodzakelijk, maar wel aan te bevelen. U bent niet verplicht om aan uw verzekeringsmaatschappij te melden dat uw pand wordt of is aangewezen als beschermd monument, tenzij dit in de (voorwaarden bij de) polis is bedongen. Het is echter wel aan te bevelen om dit de melden, om zo het risico op onderverzekering te voorkomen.

8. Wie komt voor een laagrentende lening in aanmerking en moet er voor de lening ook afsluitprovisie betaald worden?

Alle eigenaren van provinciale monumenten in Drenthe (met uitzondering van overheidsorganen) kunnen een aanvraag doen voor een lening uit het Drents Monumentenfonds, dus ook stichtingen en kerkbesturen.
De rente vast-periode is 10 jaar en daarna wordt de rente aangepast aan de marktrente minus 5%. De bodemrente is echter 1,5%.
Over de hoofdsom van de lening moeten afsluitkosten worden betaald van 1,5% (peildatum september 2013). Voordat u met de werkzaamheden bent begint kunt u de lening aanvragen bij de provincie Drenthe. Leningen worden niet met terugwerkende kracht verstrekt.
U moet er rekening mee houden dat eigenaren van provinciale monumenten, in tegenstelling tot eigenaren van rijksmonumenten, niet in aanmerking komen voor extra fiscale aftrekmogelijkheden voor onderhoudswerkzaamheden aan het monument.
Het aanvraagformulier is te downloaden via de pagina ‘Financieringsmogelijkheden’ op deze website.

9. Heeft aanwijzing tot provinciaal monument ook gevolgen voor de prijsontwikkeling van mijn pand en de WOZ- waarde?

Dit is vrij onvoorspelbaar en per pand verschillend. Voor de berekening van de WOZ waarde is de marktwaarde van het object van belang. De eventuele invloed van de monumentenstatus op de marktwaarde is niet met zekerheid te voorspellen. In 2004 is een rapport gepresenteerd over de invloed van de monumentenstatus op de waarde van een woning. Het rapport Monument en Rendement is een gezamenlijke uitgave van Engelsing Makelaars, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Nationaal Restauratiefonds, gemeente Arnhem en Bouwtechnisch Adviesbureau Croes. De conclusie van dit rapport was dat een woning door het verkrijgen van de monumentenstatus niet minder waard wordt; mogelijk zelfs meer.